AES

De Advanced Encryption Standard, afgekort tot AES, wordt gebruikt om gegevens te versleutelen en zo te beveiligen tegen inzage door onbevoegden. Het encryptieproces stelt hiervoor sleutels van verschillende lengten in en wordt afhankelijk van de gebruikte sleutellengte aangeduid met AES-128, AES-192 of AES-256..

Oorspronkelijk werd het proces ondersteund door het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology. In de VS mag het worden gebruikt voor de versleuteling van documenten met de maximale geheimhoudingsgraad.

Het staat bekend als een bijzonder effectieve en veilige methode voor het versleutelen van allerlei soorten gegevens en wordt daarom gebruikt in talrijke protocollen en overdrachtstechnologieën. Zo wordt bijvoorbeeld voor de WPA2-beveiliging van WiFi-netwerken dezelfde Advanced Encryption Standard gebruikt als voor de SSH- en de IPsec-standaard. Vaak worden AES-processen ook bij internettelefonie (Voice over IP, VoIP) gebruikt als netwerkbeveiliging of voor signaleringsgegevens.

In veel apparaten is de Advanced Encryption Standard inmiddels geïntegreerd in de hardware, waardoor wezenlijk snellere en effectievere ver- en ontsleuteling mogelijk is dan wanneer dit via pure softwareoplossingen zou plaatsvinden.

Een reden voor de enorme populariteit en verspreiding van deze versleutelingsstandaard is het vrije gebruik van het proces, zonder enige licentiekosten of andere patentrechtelijke beperkingen. Bovendien worden relatief weinig eisen gesteld aan de hardware en vereiste opslagcapaciteit, heeft het een verfijnd, eenvoudig programmeerbaar versleutelingsalgoritme en is het eenvoudig te implementeren.

Als versleutelingsmethode gebruikt het Advanced Encryption Standard het zogeheten Rijndael-algoritme in combinatie met symmetrische blokvercijfering. De blok- en sleutellengte zijn hierbij steeds vast gedefinieerd. Zo is de bloklengte 128-bits en de sleutellengte 128-, 192- of 256-bits.